Hoofdstraat 71
Nabij knooppunt 63

Aan het begin van de oorlog werden veel weeskinderen binnen bij families gehouden. Deze families lieten de kinderen pas na het eind van de oorlog terugkeren naar het weeshuis.
In en om het weeshuis was het gedurende de oorlogsjaren dus erg rustig. Dit veranderde toen de Granaatweken ingeluid werden. Het weeshuis lag aan een doorgaande weg, waardoor er regelmatig aangebeld werd en gevraagd werd om eten en drinken. Vooral van gewonde soldaten was er veel vraag naar.
Toen de Amerikanen het dorp binnenvielen, was er veel geweld. Zelfs in het voortuintje van het het weeshuis is hard gevochten. Sinds die gebeurtenis is iedereen aanwezig in het weeshuis in de kelder gaan slapen. Voor deze mensen samen was de kelder eigenlijk veel te klein.
Met behulp van de zoon van de overbuurman heeft moeder Frederica een nieuwe, grotere kelder voor de kinderen kunnen vinden. Een priester kwam toen dagelijks naar ze toe om een mis aan de kinderen te lezen. Op één dag heeft hij de mis moeten onderbreken omdat het oorlogsgeweld zo hevig en luidruchtig was.
Het weeshuis heeft er in deze periode onder geleden; de ramen waren kapot en een deel van de voordeur was stukgeslagen. Het was er nu veel te gevaarlijk om terug te keren. Zij bleven tot het einde van de oorlog in deze schuilkelder, samen met meerdere anderen.